Na fabrikanten van plaatbewerkende machines uit China hebben nu ook fabrikanten van verspanende machines uit China hun oog laten vallen op de Europese markt. Hoe kijkt de Nederlandse sector hier tegenaan? Is het een welkome aanvulling of een bedreiging? Dat kwam onder meer naar voren tijdens het rondetafelgesprek dat MTL Metaal Magazine heeft gehouden met 6 topmensen uit de metaal. Ander onderwerp, aan de vooravond van TechniShow 2026: de toekomst van vakbeurzen.
Eddo Cammeraat (FPT en Laagland) ziet bij de opkomst van Chinese verspanende CNC-machines een parallel met de komst van Japanse, Koreaanse en Taiwanese machines. Dat herhaalt zich nu met China.
Rol van service, zekerheid onderdelen?

Gerard Bogaarts (Grob Benelux) denkt dat het tegenwoordig gemakkelijker is voor nieuwkomers dankzij de ontwikkeling van de elektronica in de machine.

Het zal voor Europese fabrikanten een uitdaging worden zich te onderscheiden.
Hebben Chinese merken een toekomst in Nederland? Edwin Smeenk (Promas) ziet de tier 1 en 2 toeleveranciers nog geen Chinese machine kopen, omdat zij meer procesmatig denken. “Ze gaan niet voor de goedkoopste machine; de rest wel.”
Bij de eerste twee groepen spelen aspecten zoals service en zekerheid over onderdelen een rol. En als Chinese machinebouwers een Europese serviceorganisatie moeten opzetten, kost dat tijd en verdwijnt een deel van hun kostenvoordeel, is de redenering.

Jürgen Kroeze (Klaassen) ziet dit anders. Het bedrijf heeft tien jaar geleden de lasersnijmachines van het Chinese Bodor naar de Benelux gehaald.
Cruciaal is volgens hem of een Chinese fabrikant hier direct verkoopt of via een importeur.
“Als je de Chinese cultuur snapt en als importeur de vertaalslag van Chinese naar de Nederlandse markt maakt, dan wordt ook het Chinese merk als betrouwbaar geaccepteerd.”
Eigen monteurs, onderdelenvoorraad
Klaassen heeft daarom geïnvesteerd in eigen monteurs en een eigen onderdelenmagazijn, waar hij zelfs laserbronnen op voorraad houdt voor het geval dat.
Daarnaast is men software gaan installeren waarmee klanten hun processen sturen. Dat was een omslagpunt. “Het is een hell of a job geweest, maar we hebben in acht jaar tijd 400 Bodor lasersnijmachines weggezet in de Benelux.”
Dat kan volgens hem alleen als de achterkant goed geborgd is en je de financiële slagkracht hebt om dat waar te maken. Hij krijgt nu ook de aanvragen uit de top van de plaatwerkmarkt. “We hebben geen last meer van het imago.”
Plaatwerkindustrie loopt voorop
Het conservatieve gedrag is dus weg uit de plaatwerkindustrie. “Ze zijn ruimdenkender, het hoeft niet meer machinemerk X of Y te zijn”, constateert Bogaarts.
Eddo Cammeraat waarschuwt dat het een utopie is te denken dat China niet kan ontwikkelen. De vraag is of de Europese markt nog groot genoeg is voor extra spelers?
Volgens hem niet, er is wereldwijd al overcapaciteit, zeker in de verspaning. Nieuwkomers zullen het dan ook moeilijk krijgen om in de Nederlandse markt, die niet groeit, een behoorlijke installed bases op te bouwen.
Nederland heeft naar schatting zo’n 12.000 verspanende machines staan, waarbij er jaarlijks een x-aantal afvloeien en worden bijgekocht.
‘Europese fabrikant moet kiezen’

Geert Cox wijst erop dat er nu al veel verkopende partijen zijn en dat de markt beperkt is. Europese fabrikanten moeten daarom kiezen, vindt hij.
Hermle kiest bewust om alleen 5-assige freesmachines te bouwen, geen draaibanken; bakent het bereik af; en zet sterk in op service en onderdelenlevering uit voorraad.
“We zullen nooit de goedkoopste zijn en willen niet in aantallen de grootste zijn, maar we kiezen voor een specialisme”, aldus Cox
Heeft de beurs nog toekomst?
De heren kwamen ook te spreken over vakbeurzen. Niet iedere machineleverancier aan de tafel doet mee aan TechniShow 2026. Welke rol spelen de beurzen? Hebben ze nog toekomst in de traditionele vorm?
Over het antwoord op deze laatste vraag zijn de meningen vrijwel eensluidend: nee. “Het concept van de beurs moet veranderen om interessant te blijven voor de bezoeker”, zegt Cammeraat. FPT en Jaarbeurs zijn daarmee bezig.
“Internet heeft alles transparanter gemaakt”, vertelt Kroeze. “De beurs is een verlengstuk van internet geworden in plaats van de belangrijkste informatiebron.”
‘Persoonlijk contact blijft nodig’

De beurs vervult in zijn ogen echter nog steeds een rol voor de mensen die normaal elke dag in de fabriek met de machines werken. “Die vinden het beursbezoek leuk. Dat levert geen directe verkoop op, maar op termijn wel.”
Grob neemt dit jaar niet deel. De Duitse machinebouwer vindt de EMO en AMB leidend, alle lokale beurzen zijn geschrapt. Bogaarts begrijpt dit. “Als je toch maar 10% van je portfolio kunt tonen, ga ik liever niet.”
“Bovendien”, vervolgt hij, “zit het nieuws tegenwoordig in de besturing en motion control en gaat over overgrote deel van de gesprekken tegenwoordig over software, die zie je niet.”
Smeenk denkt hier anders over. Hij wijst naar de groei van Machineering in België, een beurs die enkele jaren geleden nog tanende was.

“Ons werk blijft people’s business”, zegt hij “Je hebt persoonlijk contact nodig, een machine moet je ook gegund worden, daarom blijven beurzen belangrijk.”
Maar worden het dan relatiebeurzen of machinebeurzen? Of allebei?
Kostenprobleem standhouders
Voor Arnoud de Kuijper (Cellro) is het grote verschil met vroeger dat het salesgehalte van een beurs tegenwoordig nihil is. Je gebruikt het nog voor branding en om innovaties te tonen waar de markt nog niet van overtuigd is. “Die moet je fysiek laten zien.”
Hij denkt wel dat de branche een kostenprobleem heeft als het om beurzen gaat. Dat komt niet alleen door de meterprijs voor de stand, maar ook door alle bijkomende kosten om machines naar de beurs te brengen.

“Het moet effectiever worden”, vindt hij. “Als collectief zouden we moeten afspreken iets bescheidener te worden. Dan wordt een beurs voor iedereen financieel beter behapbaar. Maar wie beweegt het eerst?”
FPT-voorzitter Cammeraat denkt dat deze trend al is ingezet: de stands zijn dit jaar al compacter.
‘Beleving is belangrijk’

Maar de beurs dient ook nog een breder belang. Geert Cox (Hermle Nederland) vindt het een gevaarlijke ontwikkeling als fabrikanten en leveranciers niet veel meer laten zien op de beurs.
Er zijn meer stakeholders dan de metaalbedrijven, valt Cammeraat hem bij. “De beurs bereikt meerdere doelgroepen. En beleving is belangrijk.”
Hij wijst onder meer op het vorig jaar gehouden Festival of Tech.
“Het gaat ook erom de jeugd enthousiast te maken; investeerders te laten zien hoe sterk de sector is.” Kroeze: “Als je dat niet uitstraalt diskwalificeer je zelf je markt.”
Cox is het daarmee eens. “Adel verplicht. Als je een serieuze rol in de markt speelt, moet je deze moeite nemen. Als branche zijn we best innovatief onderweg, daar hoort een beurs bij.”
MTL Metaal Magazine
Lees het hele artikel in MTL Metaal Magazine
Sfeerimpressie op YouTube
Bekijk een sfeerimpressie op YouTube van het rondetafelgesprek in Doetinchem.
(foto’s en film: Koos Groenewold).


