Veel MKB bedrijven zijn niet klaar voor digitalisering. Zij aarzelen om te investeren, vinden keuzes rond digitalisering complex en vallen terug op bekende businessmodellen die op korte termijn (nog) renderen. Dat is een belangrijke conclusie van het onderzoek ‘Slimmer produceren moet je stimuleren’, dat Berenschot voor Koninklijke Metaalunie heeft uitgevoerd.
Volgens het rapport is het nodig om binnen procesinnovatie zowel efficiëntere productie technieken als complementaire werkmethoden te ontwikkelen. “Rendement zit voor 25% in R&D maar voor 75% in leiderschap en nieuwe werkmethoden.”
‘Behoefte aan ondersteuning’
Procesinnovatie en digitalisering zijn volgens het rapport vereisten voor het benutten van nieuwe productietechnologieën. Maar de huidige stimuleringsmaatregelen sluiten niet aan op de behoefte aan ondersteuning bij deze complexe en risicovolle procesinnovaties.
Het onderzoek laat zien dat bedrijven, en met name zij die aarzelen met de slag naar digitalisering, actief gestimuleerd moeten worden. Individuele ondersteuning sorteert daarbij het meeste effect.
Verder is gerichte actie nodig om bedrijven ‘up to standard’ te krijgen in de keten. Internationale voorbeelden laten een verschuiving zien van generieke naar specifieke stimulering om kleinere bedrijven aan te laten sluiten.
Stimulering Smart Manufacturing
Het rapport adviseert dan ook om aan de implementatieagenda Smart Industry een stimuleringsbeleid gericht op Smart Manufacturing te koppelen.
- Ontwikkel een Smart Manufacturing Assessmentprogramma dat ook als toelatingsinstrument voor stimuleringsmaatregelen functioneert.
- Ondersteun ondernemers met stimuleringsmaatregelen op basis van hun assessment, bijvoorbeeld via vouchers, voor op hun situatie toegesneden activiteiten ten behoeve van implementatie van daadwerkelijk risicovolle procesinnovatie.
- Adviseer ondernemers actief bij investeringen in de ontwikkeling van hun mensen en hun digitale machinepark, via een Smart Manufacturing Kenniscentrum.
Het rapport is tijdens de Hannover Messe aangeboden aan Staatssecretaris Mona Keijzer van EZ.

