Nieuws

‘3D-metaalprinten komt er heus wel’

AM kan het best geïntegreerd worden in de mechanische CNC-technologie. Hier en voorbeeld bij het Fraunhoger IPT dat 3D-geprinte turbineschoepen nabewerkt op een CNC-freesmachine (foto"; Franc Coenen).

Het 3D-printen van metaal is een van de snelst groeiende technieken in het spectrum van 3D-printtechnieken. Maar is de techniek voor elk onderdeel al goed genoeg? En gaat additive manufacturing andere technieken verdringen? Of ligt de kracht misschien in de combinatie van AM met mechanische bewerkingen? De RWTH-campus in Aken gaat hier in vakblad Metaal Magazine op in.

3D-printen gaat nooit alle andere technieken vervangen, zegt Robin Day van het instituut Digital Additive Production DAP van de RWTH Aachen, een van de AM onderzoeksinstituten in Aken.

Zo haal je functionele delen die belast worden in zijn ogen niet makkelijk uit de 3D-printer. “AM zal meer worden ingezet, maar ik wil de illusie wegnemen dat uit één apparaat straks een kant-en-klaar product komt. Dat kan met geen enkele technologie.”

Professor Johannes Henrich Schleifenbaum van het DAP-instituut ziet AM als cruciaal onderdeel van agile productontwikkeling en productie. Hierdoor kan de ontwikkeling van nieuwe producten veel sneller dan we tot nog toe gewend zijn.

‘Past bij nieuwe designmethodieken’

Een andere reden waarom volgens de Akense onderzoekers 3D-printen echt wel zal doorbreken, is dat het naadloos aansluit op nieuwe designmethodieken zoals generative design, waarbij de computer op basis van een aantal uitgangspunten een optimaal ontwerp genereert.  

Snelheid en integratie in de procesketens zijn volgens Schleifenbaum de belangrijkste drivers voor de toekomstige groei van AM-toepassingen.

Wel vraagt Day zich af of je de opbouwvolumes van een 3D-metaalprinter moet blijven vergelijken met de hoeveelheden materiaal die een CNC-freesmachine verwijdert.

Als je functies integreert (en bepaalde vervolgstappen vervallen) verkort je de totale doorlooptijd van een product, ondanks de lage printsnelheid. Al gaf hij wel toe dat voor serieproductie de poederbedtechnologie nog niet snel genoeg is. “Voor echte series kunnen we de vraag nog niet beantwoorden.” Qua kwaliteit gaat het wel de goede kant op, stelt hij.

‘Sterktes technieken combineren’

Volgens Kristian Arntz, verbonden aan het Fraunhofer ILT en managing partner in het Aachen Center for Additive Manufacturing, moet je de sterktes van de verschillende technieken op de juiste manier combineren. “Het gaat om geïntegreerde procesketens.”

Fraunhofer partner RapidPro

Fraunhofer Project Center bij de Universiteit Twente is dit jaar partner van RapidPro (op 13 en 14 maart in Veldhoven). Professor Johannes Schleifenbaum van het DAP geeft er op 14 maart een keynote-lezing.

Lees in het artikel in Metaal Magazine ook hoe de 3D-werkstukken scoren bij het belasten, als het vergeleken wordt met conventioneel verspaande werkstukken en met gietstukken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

x
Mis niet langer het laatste nieuws

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.

Inschrijven