De Nederlandse industrie is optimistisch over 2026, blijkt uit de Nevi Inkoopmanagersindex van december. Verreweg de meeste respondenten verwachten groei in het komende jaar, dankzij aantrekkende investeringen en de introductie van nieuwe producten. Het ondernemersvertrouwen in Nederland steeg naar het hoogste niveau in tien maanden. Bij hun productievooruitzichten voor 2026 bleek dat er zes keer zoveel optimisten waren als pessimisten (respectievelijk 44% en 7%). Dit optimisme werd toegeschreven aan positieve ordervooruitzichten, het op de markt brengen van nieuwe producten en goede groeiprognoses.
Voor het eerst sinds september nam de werkgelegenheid weer wat toe, wat duidt op vertrouwen in de toekomst. Toch sloot de Nederlandse productiesector het jaar iets zwakker af, meldt Nevi.
De PMI-hoofdindex voor de Nederlandse industrie is over de decembermaand licht gedaald, van 51,8 naar 51,1. Dat duidt op een tragere groei van de bedrijvigheid. Zowel de productie als de nieuwe exportorders namen licht af.
Er was een minder grote groei van het aantal nieuwe orders, die deels het gevolg was van een lagere internationale verkoop. Dit leidde tot een daling van de productieomvang.
Maar ondanks deze productiedaling nam de werkgelegenheid dus weer toe en verbeterde het vertrouwen van de bedrijven in de vooruitzichten voor het komende jaar.
Aan de aanbodzijde was het inkoopvolume grotendeels onveranderd, ondanks de grootste verlenging van de levertijden in meer dan drie jaar.
De inkoop- en verkoopprijsinflatie stegen ondertussen in de grootste mate in vier maanden.
Hoewel de bedrijfsomstandigheden per saldo verbeterden, was deze verbetering de kleinste sinds mei. Van de vijf PMI-componenten hadden alleen de productieomvang en het aantal nieuwe orders een negatief effect op het eindcijfer.
Gunstiger gesternte
Een opsteker voor de energie-intensieve industrie was de agenda die D66 en CDA in december presenteerden, zegt Albert Jan Swart, sectoreconoom Industrie & Transport en Logistiek van ABN Amro.
“Die partijen gaven aan vol in te willen zetten op elektrificatie en afschaffing van de nationale CO2-heffing. Daarnaast moeten de elektriciteitskosten voor de industrie omlaag.”
Het lijkt er dus op dat de basisindustrie in 2026 onder een gunstiger gesternte staat, reageert Swart. ABN Amro verwacht dat de Nederlandse industrie dit jaar kan groeien met 3%, onder meer dankzij toenemende vraag naar machines.
Rommelig jaar
De industrie laat een rommelig jaar achter zich, blikt Swart terug. “Bij sommige ondernemingen nam de vraag licht toe, maar anderen kampten nog met overtollige voorraden van de afgelopen jaren of met zwakke export als gevolg van de door president Trump ingevoerde handelsbelemmeringen.”
“In december raakten aanvoerlijnen ontregeld, vermoedelijk mede als gevolg van congestie in de Rotterdamse haven en geopolitieke spanningen tussen China, Nederland en de Verenigde Staten. De levertijden namen het sterkst toe in ruim drie jaar tijd.”
Rapport Wennink
Het langverwachte rapport van voormalig ASML-topman Peter Wennink is volgens hem goed ontvangen door de industrie.
“Niet alleen de hoogtechnologische industrie, volgens het rapport een van de sleutels voor een toekomstbestendige Nederlandse economie, was tevreden.”
“In navolging van Mario Draghi, voormalig premier van Italië en voorzitter van de Europese Centrale Bank, brak Wennink ook een lans voor een aantal energie-intensieve industrieën”, zegt Swart.
“De chemische industrie en de staalindustrie staan aan de basis van verschillende ketens van hoogwaardige industrie in Nederland, aldus Wennink, en zijn van belang voor onze energievoorziening en defensie.”
Nevi Inkoopmanagersindex
Het productievolume daalde aan het eind van het jaar licht. Er waren volgens de index aanwijzingen dat dit het gevolg was van een minder grote groei van het aantal nieuwe orders én van technische problemen in de fabrieken.
Van de drie sectoren gingen alleen de producenten van investeringsgoederen met meldingen van groei tegen deze tendens in.
Er was in december voor de zevende maand op rij sprake van een groter aantal nieuwe orders. Toch was deze laatste stijging beperkt en de kleinste in de huidige periode van groei.
De matte buitenlandse verkoop zorgde voor de eerste daling in drie maanden van het aantal buitenlandse orders. Dit had een negatief effect op het totale aantal nieuwe orders.
De inspanningen van de Nederlandse producenten om hun materiaalvoorraad onder controle te houden, leidden tot een lichte daling en de inkoopactiviteiten bleven nagenoeg onveranderd, aldus Nevi Inkoopmanagersindex.
Langere levertijden
Desondanks waren de levertijden langer vanwege vertraagde transporten, capaciteitsbeperkingen en beperkte beschikbaarheid van materialen. Dit was de grootste verslechtering van de prestatie van leveranciers in meer dan drie jaar.
Hoewel de vraag minder groot was, stegen de operationele kosten in de grootste mate sinds augustus. De bedrijven maakten meldingen van de directe effecten van hogere energie- en loonkosten.
Ook de leveranciers hadden hiermee te maken en zij verhoogden daarom hun prijzen.
De respondenten maakten melding van hogere prijzen voor diverse grondstoffen. Er was alleen in de subsector investeringsgoederen sprake van kosteninflatie, terwijl in de andere twee een daling van de kosten werd genoteerd.
Agressieve prijsstelling
De Nederlandse producenten waren in december een stuk agressiever in hun prijsstelling. De verkoopprijsinflatie was hierdoor de grootste in vier maanden. Er was in alle drie onderzochte subsectoren sprake van hogere verkoopprijzen, met de subsector investeringsgoederen aan kop.
Net als iedere maand sinds begin 2023, was er in december wederom sprake van een daling van de hoeveelheid onvoltooid of nog niet uitgevoerd werk.
Hoewel de bedrijven voldoende capaciteit hadden om hun openstaande orders te verwerken, kozen zij er voor het eerst in drie maanden voor om hun personeelsbestanden uit te breiden. Deze groei was beperkt, maar wel de hoogste in tien maanden.

