Rösler uit Oss biedt verschillende machines en diensten aan voor de afwerking van 3D-geprinte onderdelen. Een veelvoorkomende misvatting is dat met behulp van 3D-printers niet het soort gladde en gepolijste effecten kan worden verkregen als bij traditionele productietechnologieën. Om een gladde nauwkeurige afwerking te krijgen maakt Rösler gebruik van straal- en glijslijptechnieken.
‘Finishing’-oplossingen bieden een scala aan afwerkingstechnieken voor additive manufacturing (AM) van onder andere kunststof (polymeren), keramiek, carbon fiber, titanium, (wit)goud en zilver. De keuze voor de afwerkingstechniek hangt grotendeels af van de geometrie en het materiaal. Deze twee factoren bepalen welke texturen kunnen worden bereikt met het product. Glasparelstralen en glijslijpen zijn de meest populaire methoden voor het bereiken van gladde 3D-geprinte producten.
Glijslijpen
Met behulp van glijslijpen worden zichtbaar geprinte lagen weggeschuurd en -geslepen. Ook kan het een gepolijste en glanzende uitstraling geven aan onderdelen. Tijdens het proces komen twee soorten verbruiksartikelen aan de orde. ‘Chips’ en ‘Compound’ (procesmedia) worden in een vibrerende staat gebracht. Zodra onderdelen worden toegevoegd, beweegt de procesmedia met een glijdende/slijpende beweging langs het te behandelen product en creëert een karakteristieke finish.

Stralen
De tweede meest gangbare afwerking is door middel van straaltechniek. Het is een snel proces en resulteert in producten met een uniforme afwerking zonder polyamideresten. Stralen is flexibel omdat het werkt op de meeste 3D-geprinte onderdelen. Er zijn verschillende straalmiddelen te gebruiken zoals, glas, kunststof of metaal.