Nieuws

Het herstel van begin 2005 zet zich in de metaalindustrie nog steeds door, vooral bij bedrijven waar de focus op export is gericht. Ze blijven echter voorzichtig als het om investeringen gaat. Daarvoor is méér nodig, onder andere een duidelijk signaal dat Den Haag de regelgeving en lastendruk daadwerkelijk aanpakt. En een actievere houding van de Nederlandse banken.

“Je merkt veranderingen. Maar het gaat ons niet snel genoeg. En we moeten alert blijven dat lokale overheden nu niet de lasten gaan verhogen”, zegt Bertha Verhoeven, voorzitter van de Koninklijke Metaalunie. Tijdens de ESEF, die van 14 tot en met 17 maart 2006 in de Jaarbeurs in Utrecht plaatsvindt, is de organisatie met een groot collectief aanwezig.

Positieve trend

De eigen Economische Barometer van de Koninklijke Metaalunie heeft bijna in heel 2005 een positief beeld laten zien. Ook voor 2006 is er optimisme onder de Nederlandse metaalondernemers. Vooral de bedrijven die gericht zijn op de export – direct of indirect via hun klanten – doen het goed, net als bedrijven met een eigen product. “Dat zijn de bedrijven die het beter doen dan de rest”, constateert stafmedewerker Jos Betting. Ook voor 2006 verwacht hij dat de exportorders sneller zullen groeien dan de binnenlandse vraag. De cijfers over de winstgevendheid tonen eveneens aan dat het de goede kant op gaat met de Nederlandse metaalindustrie. Meer dan 8 op de 10 bedrijven zegt weer winst te maken.

Oost-Europa

De Nederlandse maakindustrie heeft last gehad van concurrentie uit lagelonenlanden. Bij de Koninklijke Metaalunie is men op dit punt de laatste tijd minder somber geworden. Prijsdruk is er nog steeds. Maar tijdens de laatste handelsmissie naar het Tsjechische Brno heeft Bertha Verhoeven gemerkt dat de Nederlandse metaalondernemers Oost-Europa door een andere bril gaan bekijken. “Nu zag je ondernemers zoeken naar mogelijkheden om vanuit Nederland daar producten heen te brengen. Ze gaan de markt daar zien.”
Jos Betting merkt bovendien dat stilaan weer werk terug komt. “Dat kan omdat de Nederlandse metaalbedrijven hun processen slimmer hebben ingericht, waardoor het prijsverschil kleiner wordt. En dan heb je hier een betere kwaliteit.” Daarom bepleiten beiden voor nog meer investeringen in het slimmer maken van productieprocessen.

Houding van banken

De vraag is echter: hebben ze na de magere jaren en de tijden van reorganiseren nog wel reserves om te investeren. En kunnen ze financieringen loskrijgen bij de Nederlandse grootbanken? Een probleem waar de sector tegenaan loopt, is dat vooral banken zich de laatste jaren afgekeerd hebben van de maakindustrie. “Ze zijn niet scheutig geweest met het financieren van investeringen”, erkent Bertha Verhoeven. Jos Betting geeft toe dat banken de laatste jaren hier en daar wel eens er bij zijn ingeschoten. Door een faillissement hebben ze waarschijnlijk niet hun volledig bedrag van de lening teruggekregen. Dat is het bedrijfsrisico dat een bank nu eenmaal loopt.

Investeren moet

Zij vindt het onterecht dat banken in de metaal – en ook de ICT – de laatste jaren risicomijdend zijn geweest. “Vaak is de metaalondernemer zelf veel banger dat hij de lening niet kan afbetalen dan dat de bank vreest dat ze het geld niet terug krijgt.” Met zo’n risicomijdend gedrag belemmer je de groei van ondernemingen. Jos Betting maakt zich over de investeringen in nieuwe techniek niet zoveel zorgen. “Ondernemers in de metaal zijn vooral techneuten. Daarom maak ik me over de technologische innovatie minder zorgen.”

Regelgeving en lastendruk

Al enkele jaren dringt de Koninklijke Metaalunie in Den Haag sterk aan op vermindering van lastendruk en regelgeving. De punten waar de ondernemersorganisatie voor pleit, lijken nauwelijks te veranderen. Reageert de politiek niet? “Toch wel”, antwoordt voorzitter Bertha Verhoeven. “De overheid heeft een aantal zaken opgepakt. Maar het duurt jaren voordat echt iets verandert. Over de lastenvermindering zijn we niet tevreden. De ondernemer heeft het gevoel dat er niets veranderd is.”

Bertha Verhoeven ergert zich aan de houding van Haagse politici tegenover de ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf. Ze geeft een recente ervaring van een van de leden, die in het Tweede Kamergebouw met een stand aanwezig was om te laten zien hoe hij met RFID zijn bedrijf heeft verbeterd. “Minister Brinkhorst liep gewoon voorbij. Het is verdrietig: ze zeggen wel dat het MKB belangrijk is en dat bedrijven innovatiever moeten worden, maar ze hebben er geen oog voor. Deze ondernemer bewijst dat hij wel innovatief is, en dan zien ze hem niet eens staan.”

Het ergste vindt ze dat ze signalen opvangt van ondernemers die hun kinderen niet aanmoedigen het bedrijf over te nemen. “Dat komt door alle wet- en regelgeving, zoals de preventiemedewerker, pensioenregeling, de auto van de zaak, de levensloopregeling, nieuwe zorgverzekering en de WIA. Dat soort regelingen gaat volledig voorbij aan het typische van het MKB-bedrijf, namelijk dat ondernemers daar hart voor hun personeel hebben en zaken goed regelen. Als ondernemers hun kinderen stimuleren elders een baan te zoeken, is dat funest voor het ondernemerschap in Nederland.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

x
Mis niet langer het laatste nieuws

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.

Inschrijven