Nieuws

Behoefte aan nieuwe OEM-ers

De Nederlandse overheid moet een garantiefonds instellen voor risicovolle innovatieprojecten in het industriële MKB. Alleen dan kunnen er nieuwe OEM-ers ontstaan en daar heeft de toeleveringsindustrie behoefte aan, nu de traditionele OEM-ers hun capaciteit in Nederland afbouwen. “Helaas ontbreekt het de politiek nog steeds aan een lange termijnvisie. Waar wil de politiek dat de BV Nederland in 2015 staat?”, constateert NEVAT-voorzitter Henk van Vlastuin.

De BV Nederland heeft volgens de heer Van Vlastuin en voormalig directeur Hans van der Spek zo’n visie nodig, omdat je alleen dan doelgericht kunt investeren. Van Vlastuin haalt de Tsjechische overheid als voorbeeld aan. “Die stimuleert op dit moment enorm sterk de logistieke sector. Omdat men weet dat je een sterke logistieke infrastructuur nodig hebt, wil je je industriële positie versterken. En dat is het doel waar men naar toe werkt.”

De NEVAT-voorzitter wil dat de Nederlandse overheid voorbeeldprojecten in de Nederlandse industrie gaat stimuleren. Hij vindt voorbeeldprojecten die door het midden- en kleinbedrijf gezamenlijk met de kennisinstituten worden opgepakt, veel belangrijker dan innovatieprojecten van de grote Nederlandse multinationals. “Echte innovatie komt namelijk niet van multinationals”, meent Van Vlastuin.

Nieuwe OEM-ers nodig
Oud-NEVAT-directeur Hans van der Spek denkt dat het belang van voldoende OEM-ers in Nederland wordt onderschat. “Je ziet dat een deel van de scheppende industrie in Nederland haar business hier afbouwt. Om de toeleveringsindustrie op peil te houden, heb je scheppende industrie nodig. We hebben bedrijven nodig die nieuwe producten lanceren. Dat zijn de ondernemingen die kunnen uitgroeien tot een nieuwe OEM-er.” Hij denkt dat een aantal Nederlandse toeleveranciers best in staat is die nieuwe rol op zich te nemen. Kansen liggen er bijvoorbeeld op het gebied van duurzame energiebronnen.

De toeleveringsindustrie lijkt die wind momenteel in de zeilen te krijgen. Henk van Vlastuin ziet aan de orderportefeuilles dat herstel echt doorzet. “Sommigen hebben al vaker geroepen dat het beter ging, maar telkens zag ik dat niet. Nu zie ik de signalen wel. Ik zie de markt aantrekken; portefeuilles raken gevuld.” Vooral met orders uit het buitenland. Maar Van Vlastuin denkt niet dat de maakindustrie dan direct fors gaat investeren. Er is nog meer dan voldoende capaciteit vrij. Bovendien zullen de meeste bedrijven de handen vol hebben aan het zoeken naar voldoende werkkapitaal om de groei te kunnen financieren. Want groeien kost geld en reserves hebben veel toeleveranciers niet meer na de magere jaren van weleer. De NEVAT-voorzitter maakt zich hier zorgen over. Want de banken zijn volgens hem te voorzichtig. “Ze kijken weliswaar anders tegen de industrie aan dan vijf jaar geleden, maar ze blijven te voorzichtig. Daarom moet er zo’n garantieregeling komen.”

Werk uit lagelonenlanden komt terug
Stilaan halen Nederlandse toeleveranciers orders die ze aan die landen hebben verloren, weer terug. Vooral als het om kritische delen bij OEM-ers gaat, of onderdelen die men flexibel geleverd wil krijgen. Of waar zeer hoge eisen aan de kwaliteit worden gesteld. Henk van Vlastuin: “Zelfs al ben je 10% duurder, dan kiezen OEM-ers toch weer voor Nederlandse toeleveranciers als ze maar flexibel zijn, leverbetrouwbaar en hoge kwaliteit leveren.” Daarnaast merkt hij dat uitbesteders weer belangstelling krijgen voor het begrip total costs of ownership. Ze realiseren zich dat een lage inkoopprijs per component niet altijd een lage totaalprijs voor een module betekent. “Ze moeten ter plaatse eigen mensen hebben om de kwaliteit te waarborgen. En ze verliezen hier marktaandeel doordat delen te laat of van een te slechte kwaliteit worden geleverd. Kijk, knipperlichtjes en kraaltjes zijn we kwijt en die komen niet meer terug. Maar dure delen moet je dicht bij de OEM-er blijven maken. Dat werk komt nu terug.” Daarom vindt Van Vlastuin het van levensbelang dat de overheid er alles aan doet om OEM-ers hier te houden. “Want als we die kwijt raken, hebben we niks meer. Eigenlijk moet de overheid zorgen dat nieuwe OEM-er zich hier willen vestigen.”

Marketing
Hij gelooft niet dat de maakindustrie in West-Europa bang moet zijn ingehaald te worden door die in de lagelonenlanden. “Dan moet je als toeleverancier wel je voordeel van dicht bij de klant zitten, goed benutten. Geef je klant aandacht, zodat je hem goed kunt helpen. Daarom investeren wij in accountmanagers zodat we onze klanten nog meer aandacht kunnen geven.” Dat levert werk op, is Van Vlastuin’s overtuiging. “Helaas beseffen toeleveranciers dan nog onvoldoende.” De focus in de toeleveringsindustrie ligt te vaak op techniek, terwijl je met een andere benadering veel meer kansen kunt scheppen, voegt Van der Spek toe. “Er moet meer gekeken worden naar hoe je waarde creëert voor je klant. Dat kan door kosten te verlagen, maar dan zit je in het speelveld van concurrentie met aanbieders uit lagelonenlanden. Zoek daarom onconventionele oplossingen, durf ‘out of the box’ te denken.”

Meer samenwerken
Een laatste punt waarvoor de NEVAT-voorzitter een lans wil breken, is het tegen gaan van versnippering van de belangenbehartiging van de maakindustrie. “Het is onzin dat er een FME en een Metaalunie bestaan maar dat we geen minister van industrie hebben. Laat die twee samen gaan. Je kunt efficiënter werken, want nu wordt veel geld verspild. Dat geld kunnen we goed gebruiken voor een langlopende imagocampagne.” Voor Hans van der Spek is een fusie tussen de beide organisaties niet de enige optie. Maar wel snel een alliantie. “Les 1 uit het lobbycircuit is dat je een homogene achterban moet hebben met eenduidige standpunten. Als we daar niet toe in staat zijn, is dat een zwaktebod zowel naar de maatschappij als naar de politiek.” De scheidend NEVAT-directeur vindt dat de industrie op dit punt de hand in eigen boezem moet steken. “We mogen de overheid niet verwijten dat we als industrie niet op de agenda van de media staan. Daar moeten we zelf iets aan doen. We zijn  te zeer versnipperd. Het wordt tijd dat we één front vormen.” Dan moet politiek Den Haag de industrie serieuzer nemen. Henk van Vlastuin tot slot: “We zijn als maakindustrie met topsport bezig, dan moeten we ons ook professioneel gedragen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

x
Mis niet langer het laatste nieuws

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.

Inschrijven